
Wet tot behoud van cultuurbezit
Artikel 4
1
Aanwijzing van een roerende zaak als beschermd voorwerp of opneming van een roerende zaak in de opsomming van een beschermde verzameling kan slechts met toestemming van de eigenaar, indien deze zaak:
a
eigendom is van zijn vervaardiger of van de erfgenaam van de vervaardiger;
b
eigendom is van degene die het in Nederland heeft gebracht of degene die het binnen vijf jaar, nadat het in Nederland is gebracht, heeft verworven of hun erfgenaam.
2
Het bepaalde in het vorige lid is ook van toepassing op een erfgenaam, die de roerende zaak anders dan door vererving heeft verkregen.
3
Het bepaalde in het eerste lid is slechts van toepassing op een erfgenaam tot dertig jaar of voorzover het archiefbescheiden betreft vijftig jaar na het overlijden van de erflater.
4
Indien de eigendom, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, toebehoort aan of is verworven door een rechtspersoon, is het eerste lid slechts van toepassing tot dertig jaar of voorzover het archiefbescheiden betreft vijftig jaar nadat de rechtspersoon het voorwerp in Nederland heeft doen brengen onderscheidenlijk de eigendom van het voorwerp binnen vijf jaar, nadat het in Nederland is gebracht, heeft verworven.
5
Het terugvoeren naar Nederland van een roerende zaak die tijdelijk buiten Nederland heeft verbleven, geldt niet als het in Nederland brengen in de zin van het eerste lid.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.